Een onverwachte huisgenoot 

Mariska  |  

Verbinding, van binnenuit – een wekelijkse reflectie #2 

Vanuit een ooghoek zie ik hem voorbijschieten, geen twijfel mogelijk. Een muis in huis. Getver. Alsof ik op eieren loop, beweeg ik door mijn huis. Ik zie hem niet meer en hoop dat hij weg is. Helaas. Midden in de nacht word ik wakker van geknaag, mijn hart schiet in m’n keel. Ik doe geen oog meer dicht. Net op het moment dat ik weer wegsukkel, schiet hij over het lege matras naast mij… In een nieuw olympisch record sta ik aangekleed en wel naast mijn bed. Het is 05.00 uur ’s morgens. 

Tijd voor maatregelen. Tijd voor een plan. Ik moet hier weg! Mijn fijne, veilige huisje voelt ineens heel akelig. Ik vlucht naar vriendinnen en kom alleen thuis om muizenvallen te controleren en vervolgens weer heel snel te vertrekken. Totdat ik vind dat ik het toch weer moet proberen. ‘Kom op Maris, je kunt dit!’ Ik leg aluminiumfolie voor de ingang van mijn bed en onder een deur, laat een lampje branden en heb de hele nacht een muziekje aan staan. 

Ik doe geen oog dicht. Ieder tikje, kraakje, zuchtje, en geloof me, dat zijn er veel in mijn containers, doet me verstijven. Mijn hele systeem draait overuren. Non stop gaat mijn interne alarm af. Dit is echt niet tof. 

Het zijn maar muisjes, banger voor jou!” “Ze zijn ook op zoek naar een warm plekje.” “Stel je toch niet zo aan!” “Je bent toch niet bang voor muizen zeker?” “Kom toch op!”

Het werd me allemaal gezegd. Goed bedoeld maar weinig helpend. “Ja! Ik ben, blijkbaar, dood en doodsbang voor muizen”. Ik biecht het maar gewoon op. Ik vind ze vies en eng. Ze hebben in mijn kast gezeten en spulletjes kapot geknaagd maar het allerergste vind ik dat ze in mijn bed komen. MIJN bed. Mijn veilige plekje. Daar waar ik tot rust kom. Me geborgen en veilig weet. Daar zijn ze geweest en dat vind ik vreselijk. 

Toch zitten er ook nu weer hele mooie lessen in dit avontuur. Hoe vreselijk ook, ik voel nu heel goed hoe het is wanneer mijn eigen lichaam op alarm slaat, code rood geeft. Wat dat met mij doet, hoe dat voor cliënten moet voelen wanneer zij zelf daarmee, soms al jaren of hun hele leven, kampen. Weten uit boeken is één, het zelf heel bewust ervaren is drie! 

Ik leerde deze dagen extra goed voor mezelf te zorgen. Me te verbinden met dat deel dat zo ongelofelijk bang is. Haar niet met mijn, zo bekende, keiharde deel weg te zetten als aansteller, maar maatregelen te treffen zodat zij tot rust kan komen. Zacht voor mezelf te zijn zodat ik uitgerust en met een gekalmeerd zenuwstelsel met dit thema aan de slag en weer naar huis kan.

Niets is voor niets. Daar ben ik inmiddels voldoende door het leven in getraind. In iedere ontmoeting, in iedere ervaring, leuk en niet leuk, zitten lessen verborgen. Je kunt er makkelijk aan voorbij gaan. Overheen stappen. Je schouders voor ophalen. Geen aandacht voor hebben. Iets in mij smult ervan en gaat graag op intern onderzoek hiernaar.

Ik word uitgedaagd naar nog meer delen die in mij huizen met liefdevolle ogen te kijken, ze te erkennen en te eren in plaats van te vrezen, haten of weg te duwen. Ik oefen mezelf, én mijn cliënten hierin. Een levenskunst, zeker. Wel een die me op diepere lagen verbindt met mezelf. Mijn hoofd, lijf en hart doen verzachten en mijn eigenwaarde en zelfvertrouwen doen groeien.

De kracht van sisterhood

Afgelopen jaren ben ik intensief geschoold en getraind in de veilige bedding van een groep vrouwen. De impact hiervan sijpelt nog steeds diep in mij door. Het heeft mijn hart geopend. Steeds minder schikkend, mezelf wegcijferend of onderdrukkend maar zoekend naar verbinding en daardoor gelijkwaardigheid.

Piet Weisfelt, mijn favoriete en groot leermeester, onderschrijft zo mooi in zijn boek ‘Hoe heb ik je lief’ het belang en de kracht van tijd doorbrengen met de eigen sekse. Hij zegt; “De energie van het hart wordt in eerste instantie vooral ontwikkeld in de ontmoeting met de eigen sekse. Wanneer deze basis goed gelegd is, kan het hart zich openen voor de andere sekse!” Ik ben het helemaal met hem eens. Ik merk dat ik steeds zachter word, naar mezelf én naar anderen. Verbonden. Niet meer ‘zeikend’ of oordelend naar wat de ander niet goed doet en anders zou moeten doen maar compassievol voor alles wat er bij de ander leeft.

8 maart, Internationale Vrouwendag, start ik zelf weer met het geven van een jaartraining voor vrouwen. Negen zondagen komen we samen om te delen, te trainen, te lachen en te huilen. Niets moet en alles is welkom. Jij bent welkom als je voelt dat het tijd is om je eigen hart (verder) te openen. Je door middel van veilig en zacht lichaamswerk en met behulp van andere vrouwen te verbinden met jezelf. Fysiek, mentaal, emotioneel en spiritueel. 

Meer informatie vind je hier. Heb je vragen, stel ze mij gerust. 

Zo, dat was weer een heel verhaal. Ik hoop je hiermee te inspireren, je uit te nodigen met compassie naar alles in en om jou heen te kijken. Te onderzoeken welke lessen er verborgen liggen en waar jij nog kunt oefenen in zachtheid en verbinding. 

In liefdevolle verbinding,

Mariska

Laat een reactie achter